· 

Nog één keer Typologie

Typologie again !

 

Hulpmiddel

Het typologiemodel is bedoeld als hulpmiddel  en is dus echt niet uitgevonden om studenten accountancy te pesten.

In de eerste plaats is het een hulpmiddel om je een eerste beeld te vormen van de onderneming die je moet analyseren. Vergelijk de onderneming maar eens met een transportmiddel. Bij het transportmiddel vliegtuig krijg je een heel ander beeld dan bij het transportmiddel vrachtauto of fiets.  

 

In de tweede plaats kun je het soort onderneming (de typologie)  meteen koppelen aan steunpunten. Steunpunten geven je houvast voor de latere interne beheersing van de onderneming (de organisatie). Om in de vorige vergelijking te blijven, voor een vliegtuig heb je een landingsbaan nodig, voor een vrachtauto een brede weg en voor een fiets is een fietspad prima.

Het typologiemodel is gebaseerd op het afnemende verband tussen geld en goederen. Dat is belangrijk als je bedenkt dat omzet bestaat uit geld x goederen. Voor intimi : prijs maal hoeveelheid : P x Q.  En de volledigheid van de omzet vormt doorgaans het doel van interne beheersing. (Betrouwbare informatie is het doel maar als je de volledigheid van de omzet beheerst ben je een heel eind op weg).

 

Als je vervolgens naar de verschillende typologieën kijkt zie je dat afnemende verband tussen geld en goederen vanzelf terug.

 

Handel

Bij een handelsbedrijf is het simpel : inkoop van goederen tegen een prijs die lager is dan de verkoop van dezelfde goederen voor een hogere prijs. De steunpunten liggen dan ook in dat keiharde verband tussen geld (inkoopprijs / contracten ; verkoopprijs / prijslijsten) en goederen (aantallen). De geld- en goederenbeweging !

 

Productie

Vervolgens het technisch omzettingsproces. Productie dus. Ook daar geldt het afnemende verband tussen geld en goederen. Alleen geldt nu dat er goederen worden ingekocht en vervolgens worden bewerkt of samengesteld voordat ze weer voor een hogere prijs verkocht worden. Naast de verbanden (geld- goederenbeweging) vormt nu het “recept” , de standaard kostprijs je steunpunt.

Hoe zwakker de standaardkostprijs of hoe unieker het “recept” des te meer verschuift het houvast van het verbruik van goederen naar de vastlegging van de recepten (de voorcalculatie !). Steunpunt verschuift van standaardkostprijs naar voor- en nacalculatie.

 

Homogene massa productie : heel veel van hetzelfde met harde verbanden tussen ingekochte goederen en geproduceerde eindproducten.

 

Heterogene massaproducten : eigenlijk hetzelfde omdat je homogene massaproductie niet of nauwelijks nog zult aantreffen.

 

Serie-stuk productie : je maakt series producten. De klant bepaald weliswaar niet per product hoe het eindproduct eruit moet zien maar er is ook geen sprake meer van massale productie. Je kunt zowel de kostprijs als de voor- en nacalculatie als steunpunt gebruiken.

 

Stukproductie :ieder product is uniek. Vaak een hoge waarde en altijd een voorcalculatie per product. Er is nog steeds verband tussen goederen en geldbeweging maar dat verband is niet repeterend. Elk product is uniek.

NB. Met name bij handel en productie speelt het soort goederen ook een rol voor de beheersing van een onderneming en de inrichting administratieve organisatie. Denk maar aan het verschil tussen een handel in houten pallets en een handel in levende dieren. Allebei handel maar toch niet dezelfde inrichting van de processen.

 

Ruimte

Dan worden de goederen steeds minder belangrijk. De toegevoegde waarde, de hogere prijs kan steeds lastiger gekoppeld worden aan de goederen. In een aantal ondernemingen neemt echter ruimte de rol van de goederen over. Je koopt ruimte in (een hotel, een vrachtwagen, een zwembad) en verkoopt die ruimte in partjes voor een hogere prijs. We kennen twee varianten.

 

Allereerst de verhuur van specifiek gereserveerde ruimte. De onderneming heeft een beperkte hoeveelheid ruimte te koop en vol is vol. Denk aan een hotel (kamers), een camping met vaste plaatsen of een transportbedrijf (vrachtwagens). Waarbij het bijbouwen van kamers wat lastiger zal zijn dan het bijkopen van vrachtwagens. Als steunpunt geldt de maximale capaciteit en de daarbij horende mogelijkheid van leegstandscontrole. Is een kamer bezet dan moet er opbrengst zijn.

 

Ten tweede de ondernemingen die niet specifiek gereserveerde ruimte verhuren. Denk maar aan een groot pretpark of een zwembad. Of een camping zonder vaste plaatsen. Het onderscheid tussen specifiek gereserveerd en niet specifiek gereserveerd wordt inderdaad wat vager maar als er wel een (soort van) maximum capaciteit is en er geen leegstandscontrole mogelijk is dan heb je te maken met niet specifiek gereserveerde ruimte. Je steunpunt valt weg en je moet iets anders verzinnen. Het steunpunt wordt een toegangscontrole (al dan niet  met kaartjes of een ander quasi goed).

 

Zo ben ik als fervent kampeerder op veel campings geweest. Waar de ene camping duidelijk afgebakende plekken had (maximum capaciteit, leegstandscontrole mogelijk) ben ik ook op campings geweest waar je, als je eenmaal de toegangspoort voorbij was, kon gaan staan waar je wilde. In het hoofdseizoen stonden er al gauw twee keer zoveel kampeerders dan dat er eigenlijk plekken waren. Het werd opgelost door de uitgifte van een quasi goed : een keycard om binnen te komen of heel ouderwets, een bordje met een nummer voor aan je caravan of tent. Leegstandscontrole was onmogelijk maar het nieuwe steunpunt werd het nummer voor aan de caravan of tent.

 

Diensten (uren)

Tenslotte de groep ondernemingen waar goederen  maar een zeer beperkt deel van de omzet uit maken en waar de toegevoegde waarde bestaat uit de verkoop van uren (diensten).

Hier bestaan ook weer meerdere soorten van.

 

Allereerst de dienstverlening met beperkte doorstroom van eigen goederen. Omdat het verband tussen geld en goederen steeds meer wegvalt heb je een alternatief nodig om de onderneming te kunnen beheersen. Dat alternatief zijn de uren en de tarieven die bij die uren horen. Het steunpunt verschuift van goederenbeweging naar adequate vastlegging van uren en tarieven. Prijslijsten (of menukaarten) vormen een belangrijk steunpunt. Bij deze typologie, denk aan restaurants, worden normaliter geen uren in rekening gebracht. De goederen (doorstroming van eigen goederen) zijn nog leidend voor je interne beheersing. De goederen maken alleen nog maar een fractie uit van de prijs.

 

Ten tweede de dienstverlening met doorstroming van goederen van derden. Denk aan reparatiebedrijven of een stomerij. De dienst kent een vaste prijs of de uren worden naast de goederen (olie, onderdelen)  doorberekend. Steunpunt wordt de prijslijst en/of het uurtarief en de prijs van de goederen. Maar een extra steunpunt vormt het feit dat de klant zijn auto of jurk terug wil hebben. De vastlegging van die goederen van derden vormt naast genoemde steunpunten dus je houvast om de onderneming te kunnen beheersen. Voor reparatiebedrijven verwijs ik naar het voorbeeld in het denkproces AO op deze website.

 

Overige dienstverlening. Er is geen zinvol verband meer tussen geld en goederen. Een accountantskantoor verbruikt weliswaar wat papier in het proces maar dat heeft geen enkele relatie meer met de omzet. Je steunpunt is volledig verschoven naar de uren en uurtarieven. De eerste vastlegging van gewerkte uren is cruciaal. Als met vaste prijzen gewerkt wordt zijn de prijslijst en het verband tussen uren en prijzen een bruikbaar steunpunt.

 

De agrarische bedrijven (van zaadje tot plant) en de extractieve bedrijven (van zandkorrels tot goudstaaf of een visserijbedrijf) en de dienstverleners via leidingen (gas, water, stroom) laat ik vooralsnog buiten beschouwing. Wil je toch meer weten kijk dan eens hier :

https://zakelijk.infonu.nl/onderneming/75902-oat-typologie-agrarisch-en-extractieve-bedrijven.html

https://financieel.infonu.nl/administratie/75776-oat-typologie-levering-via-vaste-leidingen.html

 

Tenslotte een tip :

AO ligt op straat. Dus kijk eens rond in je omgeving welke ondernemingen daar zo al liggen. Bedenk de typologie en de steunpunten. En draai de oefening om. Zoek eens een paar handelsbedrijven of productiebedrijven in je omgeving. Die oefening maakt je vanzelf een expert en als je een onderneming eenmaal weet te plaatsen wordt de verdere analyse gemakkelijker. Ook zul je merken dat je steeds beter ondanks de bomen het bos zult gaan zien. En dat is de basis voor succes bij dit mooie vak.

 

Succes met studeren !

 

Peter