Kritieke Succes Factoren

 

Kritieke succes factoren zijn de elementen waarmee de directie vanuit de strategie aanstuurt.

De basis voor deze KSF wordt veelal gevonden in de strategie en de visie.

 

(Voorbeeld : strategie gericht op geleidelijke groei van de omzet : KSF is omzetgroei (BINNEN GRENZEN !).

 

De kritieke succesfactoren sluiten aan op de theorie van Balanced Score Card.

Er zijn 4 (samenhangende) elementen in de BSC :

- Klantperspectief

- Financieel Perspectief

- Intern perspectief

- Innovatief perspectief

 

Let wel, deze elementen hangen met elkaar samen. Nadeel is dat er alleen cijfermatig gemeten wordt.

 

Samenhang KSF :

 

Financieel :    Euro’s ( doelen aandeelhouders)

Klant :             Toegevoegde waarde aan klanten geven om € doelen te realiseren

Intern :           Welke interne processen moeten goed zijn om toegevoegde waarde voor de klant te creëren en € doelen te realiseren

Innovatie :      Welke vaardigheden en capaciteiten hebben mensen nodig in onze organisatie om interne processen goed te laten lopen om
                           toegevoegde waarde
te creëren en € doelen te realiseren…

 

Prestatie Indicatoren

 

De prestatie indicator is het meetinstrument. Het kiezen van de juiste prestatie indicator is cruciaal voor elke onderneming. Een verkeerde keuze kan leiden tot verkeerde conclusies en daarmee tot verkeerde keuzes voor de toekomst. Er zijn vaker ondernemingen failliet gegaan door hier de verkeerde keuze te maken !

 

Een prestatie indicator geeft informatie over de KSF. Informatie dus een vergelijking tussen een zorgvuldig gekozen norm (basis uitgangspunt) en de werkelijkheid. Het zijn dus altijd minimaal twee relevante gegevens die met elkaar vergeleken worden en daardoor informatie opleveren.

 

Dus als de geleidelijke omzetgroei uitgangspunt was voor de strategie en daarmee een kritieke succesfactor dan is het basis element een definitie van geleidelijke groei (stel 5 - 10 % DE GRENZEN). Als de werkelijkheid een groei van 8 % laat zien dan is de prestatie indicator de werkelijke groei ten opzichte van de gewenste groei : 8 % ligt tussen 5 en 10 %. Die ligt tussen de vooraf bepaalde grenzen en dus groen licht !

 

Een verkeerde keuze : de omzetgroei wordt gemeten en als indicator gebruikt. Stel de omzet groeit met 25 %. De PI is dan de groei van de omzet (NIET BINNEN GRENZEN !). Iedereen helemaal blij (!) want het bedrijf groeit als kool. Het Management slaapt glimlachend (feestend ?) zacht verder.

Alleen de hele financiering was afgestemd op een geleidelijke groei (5 - 10 %) en een half jaar later gaat de onderneming failliet.... te hard gegroeid en de financiering / productie / capaciteit... kon het niet meer bijbenen. (Een buitenkansje voor investeringsmaatschappijen overigens...). 

Geen utopie maar helaas een praktijkverhaal.

 

Dus PI : Wenselijk : Werkelijk !